JUB Nachrichten

Soziale Medien

Studiedag Leefbare Stad | Ebben & JUB Holland

08-10-2026
Studiedag Leefbare Stad  |  Ebben & JUB Holland

Leefbare stad vraagt om samenhang in groen

Hoe krijgen ambities voor natuurherstel, biodiversiteit en leefbaarheid vorm in de buitenruimte? Die vraag bracht op 6 oktober 2026 ruim 100 professionals uit gemeenten en architectenbureaus samen bij Inspyrium in Cuijk. Tijdens de Studiedag Leefbare Stad van JUB Holland en Boomkwekerij Ebben kwamen beleid, ontwerp en beheer bij elkaar. Van Basiskwaliteit Natuur en de toekomstvisie van de Efteling tot bomen en bloembollen op een daktuin en demonstraties tussen de kwekerijpercelen.

Een gezonde boom vraagt om een goede groeiplaats. Een bloemrijke beplanting vraagt om beheer dat aansluit op haar ontwikkeling. De waarde van groen ontstaat in de samenhang tussen die keuzes. Dat was de verbinding tussen de verschillende onderdelen van de studiedag én tussen de expertises van beide organisatoren.

Boomkwekerij Ebben brengt kennis van bomen, sortiment en groeiplaatsen in. JUB Holland voegt kennis van bloembollen, bloeispreiding en aanplant toe. Bomen geven structuur en schaduw; passende bolgewassen kunnen de bloeiboog verlengen en het wisselen van de seizoenen zichtbaar maken. Door die kennis vanaf het ontwerp samen te brengen, komen natuurwaarde en beleving in één beplantingsplan bij elkaar.

Natuurherstel begint bij de basis

Ronald Kusters van Groene Golf Consultancy opende het inhoudelijke programma met een nuchtere, praktische kijk op stedelijk natuurherstel. Hij verbond de Europese Natuurherstelverordening aan de keuzes die opdrachtgevers, ontwerpers en beheerders dagelijks maken. Daarbij kwam artikel acht aan bod, dat zich richt op het herstel van stedelijke ecosystemen, met aandacht voor stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking.

Basiskwaliteit Natuur (BKN) bood een ingang om die opgave concreet te maken. Deze benadering, die onder meer binnen het Deltaplan Biodiversiteitsherstel wordt uitgewerkt, richt zich op de omstandigheden die algemene planten- en diersoorten nodig hebben om algemeen te blijven of weer te worden. Inrichting, bodem- en watercondities en beheer moeten daarvoor met elkaar kloppen. Zo geeft BKN richting aan de vraag welke maatregelen op een plek nodig zijn.

Kusters lichtte de BKN-activatiemethode van Groene Golf Consultancy toe. Daarin komen het beoordelen van de omstandigheden, het kiezen van maatregelen en het betrekken van mensen samen. Een activatieplan krijgt vervolgens een vervolg in uitvoering, monitoring en bijsturing. Zijn aandacht voor de omgevingsmanager als omgevingsverbinder onderstreepte dat ook samenwerking nodig is om de transitie verder te brengen.

Een andere blik op vertrouwd beheer

De praktische voorbeelden brachten natuurherstel terug naar herkenbare situaties. Blad laten liggen in beplanting, hagen gefaseerd snoeien, snoeimateriaal benutten in takkenrillen en het maaibeheer onder bomen aanpassen: Kusters liet zien waar dagelijkse werkwijzen opnieuw bekeken kunnen worden. Ook de inzet van verwilderingsbollen in boomspiegels en het herstellen van een beplanting in drie lagen kwamen aan bod.

Daarbij stond systeemdenken centraal. Een boom, de bodem en de onderbeplanting beïnvloeden elkaar. Bomen, heesters en een kruidlaag bieden verschillende functies binnen een beplanting. De keuze voor één onderdeel moet daarom passen bij de ontwikkeling van het geheel. Hetzelfde geldt voor voorzieningen voor dieren: voedsel, beschutting en leefruimte vragen om samenhang in inrichting en beheer.

Onder de noemer conditionering kwam ook het wennen aan een ander groenbeeld aan bod. Veranderend beheer vraagt uitleg aan gebruikers en beheerders die vertrouwd zijn met kort gemaaid gras of opgeruimde plantvakken. Bloembollen kunnen zo'n verandering zichtbaar aantrekkelijk maken: de bloei geeft een herkenbare aanleiding om later te maaien en een plek anders te bekijken.

Welke kwaliteit levert een vierkante meter groen?

In het aansluitende panelgesprek ging Kusters in gesprek met Henry Kuppen van Terra Nostra en Lena Grunicke, projectadviseur natuurontwikkeling bij Koninklijke Ginkel Groep, namens De Bonte Berm. De stelling dat niet elke vierkante meter groen evenveel bijdraagt aan natuurherstel legde de nadruk op de functie en kwaliteit van een beplanting.

Andere stellingen brachten de rol van inheemse soorten, de groeiplaats rond bomen en Basiskwaliteit Natuur als projectvoorwaarde op tafel. Daarmee kwamen vragen aan bod die vroeg in een groenproject aandacht verdienen. Welke soorten passen bij de plek en het ecologische doel? Hoeveel ruimte krijgt een boom om zich te ontwikkelen? En hoe neemt een opdrachtgever natuurkwaliteit mee in de opdracht en de beoordeling van het resultaat?

De bloeiboog verbond de soortkeuze met de ontwikkeling door het seizoen. Passende bloembollen kunnen vroeg bloei toevoegen wanneer veel andere beplanting nog in rust is. De Bonte Berm, waarin bloembollen en inheemse kruiden elkaar aanvullen, bood daarvoor een praktijkvoorbeeld. De verdere ontwikkeling hangt ook af van passend beheer en het volgen van de resultaten.

De Efteling geeft groen een verhaal

Landschapsarchitect Ivo Südmeier nam de deelnemers mee in de visie Natuurpark de Efteling 2052. In de Efteling draagt groen de beleving: bomen en beplanting begeleiden routes, bepalen doorzichten en helpen een andere wereld geloofwaardig te maken. Vorm, textuur en kleur sluiten aan op de thematiek, terwijl de seizoenen het beeld steeds veranderen.

Südmeier belichtte de kunst van combineren. Bomen, heesters, vaste planten en bloembollen vormen samen gelaagde beplantingen. Het natuurrijke raamwerk draagt de landschappelijke en ecologische samenhang. Thematische beplantingen en gerichte bloemaccenten geven plekken hun eigen sfeer en vragen om bewuste keuzes in sortiment en beheer.

De blik op 2052 vraagt tegelijk om aandacht voor klimaatverandering, intensiever gebruik en tijdige verjonging. De visie verbindt natuurkwaliteit en beleving met waterbeheer, bewust bodemgebruik en bescherming van flora en fauna. De opgave is om het herkenbare landschap te behouden en verder te ontwikkelen voor volgende generaties. Ook voor stedelijke parken zijn dat herkenbare afwegingen.

De daktuin als gezamenlijke praktijk

Op de multifunctionele daktuin van Inspyrium brachten Marie-Ange Eneman van Boomkwekerij Ebben en Robbert Uittenbogaard van JUB Holland hun kennis samen. De presentatie liet zien hoeveel er mogelijk is op een dak, mits de technische voorwaarden en de beplanting vanaf het begin in samenhang worden bekeken.

Draagkracht, spreiding van gewicht, boomverankering en voldoende wortelvolume vragen al in het ontwerp aandacht. Wind, hitte en de verdeling van zon en schaduw beïnvloeden de sortimentskeuze. Waterbuffering, afvoer en irrigatie horen eveneens bij die afweging. Pas met een passende groeiplaats kan de beplanting zich duurzaam ontwikkelen.

Bloembollen voegen daar verschillende bloeimomenten aan toe. Sneeuwklokjes en krokussen openen het seizoen, gevolgd door onder meer camassia en sieruien; herfstbloeiende krokussen geven later in het jaar opnieuw kleur. Samen met bomen en andere beplanting ontstaat zo een plek die door de seizoenen heen iets nieuws te bieden heeft.

Vakmanschap zichtbaar tussen de percelen

Na het programma op de daktuin volgde een fietstour langs de percelen van Boomkwekerij Ebben. Deelnemers kregen een toelichting op biologische teelt en SKAL-certificering en op bloemenweides en De Bonte Berm. Het bezoek verbond de onderwerpen uit de lezingen met de keuzes in teelt, aanplant en beheer.

Demonstraties van machinaal bloembollen planten en het ondersnijden van bomen maakten het werk achter de aanplant zichtbaar. De bollenplantmachine liet zien hoe bloembollen op grotere oppervlakken worden aangeplant. Bij de bomen kwam de voorbereiding van de wortelkluit op verplanting in beeld. Zo kreeg de aandacht voor een geslaagde start op de uiteindelijke standplaats een concreet vervolg.

Tijdens de afsluitende borrel was er gelegenheid om verder te praten over de toepassing in eigen projecten. De studiedag bracht vakgenoten met verschillende expertises bij elkaar rond een gezamenlijke opgave. Van groeiplaats en bloeiboog tot opdrachtverlening en beheer: de leefbare stad krijgt vorm in keuzes die elkaar versterken.

Haben Sie Fragen?
Wir helfen Ihnen

check out our socials